De groeten van Superguppie
Je kunt het zo gek niet bedenken, of zit poëzie in: een gillende badjuffrouw, duivenpoep op je hoofd, blote etalagepoppen, oude dames voor de glasbak, witte zwembroekbillen in een bruin lijf, tranen in vaders ogen, heimwee naar huis....
Groep 3-8 (NL) / leerjaar 1-6 (B)
Edward van de Vendel (tekst) en Fleur van de Weel (illustraties)
Voorlezen vanaf 6 jaar, zelf lezen vanaf 7 jaar
(Querido, 2008, € 11,95, ISBN 978-90-451-0566-6)
Trefwoorden: poëzie over allerlei onderwerpen
Lessuggesties: Mariet Lems

Suggesties:
1 Informatie vooraf
Dit is de derde Superguppie-bundel na het overweldigende succes van Superguppie (2003) en Superguppie krijgt kleintjes (2005); bekroond met Zilveren Griffel en Woutertje Pieterse Prijs. Voor Fleur van der Weel was Superguppie haar opvallende debuut. Naar aanleiding van de eerste twee bundels is een cd gemaakt: Superguppie zingt. De volledige liedteksten zijn te lezen op www.edwardvandevendel.com. Op deze site is ook het Superguppie-clublied te horen, evenals op queridokind.nl. De tweede Superguppie-cd wordt voor de Kinderboekenweek 2008 gepresenteerd. Via SSS kan Edward van de Vendel gevraagd worden voor lezingen voor leerkrachten over poëzie.
2 Kringgesprek
Pas aan aan het niveau van de groep. Laat verschillende bladzijden zien. Is dit een verhaal? Wat is het wel? Waar zie je dat aan? Moeten gedichten rijmen? Waarom wel, waarom niet? Het is het mooist als er af en toe toevallig iets rijmt. Zo'n rijmwoord kan ook midden in de zin zitten. Veel kinderen willen dat het laatste woord van de regel rijmt op de vorige. Als je naar een rijmwoord moet zoeken, worden het vaak rare zinnen die nergens op slaan. Een gedicht is al een gedicht als er soms alleen klanken rijmen, zoals tanden-lachen-kast. Lees ‘Foto' voor (p. 9). Horen ze het: oma-foto, elkaar-raar-jaren. Dat ging echt vanzelf toen de dichter het opschreef, hij heeft niet een keer naar een rijmwoord gezocht. Kan iemand het laatste woord ‘arresteren' uitleggen?
3 Schrijven
Vraag aan leerlingen: waar vind je foto's van toen je klein was? Hoe zie je er uit? Wat heb je aan? Weet je nog dat de foto gemaakt werd?
Laat leerlingen in tweetallen aan elkaar vertellen, dat genereert de taal. Wat je verteld hebt, kun je ook opschrijven. Doe het in korte zinnen, alsof je een verhaaltje vertelt waarvoor je een heel klein blaadje hebt. Een verhaal is een geschiedenis, van toen en toen; een gedicht is een klein stukje uit dat verhaal en hoe je hoofd erover denkt. Voorlezen is horen hoe het klinkt. Prijs leerlingen, van lof krijg je lef! En dan misschien suggesties geven om het gedicht nog mooier te maken.
4 Poëzielessen: afkijken mag
We kunnen van dichters heel veel leren. We mogen de kunst best een beetje afkijken. Diverse gedichten nodigen uit tot (alleen) voorlezen en de grapjes bespreken; anderen roepen op tot vertellen en zelf schrijven. Let op: de keuze van de gedichten is aan u, omdat u weet wat het best bij uw groep past. Maar onderschat ze niet, kinderen begrijpen gedichten vaak beter dan volwassenen!
- (p.15) Koning: wat betekent ‘koning van de honger'? Hoe gaat dat bij leerlingen thuis? Wie is de baas? Wat moet je allemaal doen voor het eten? Vertellen en schrijven.
- (p. 16) Droom: hoe ga je slapen, hoe word je wakker, wat heb je gedroomd?
- (p. 18) Baby'tje: verrassend eind. Op wie lijk je? Op wie uit de familie zou je willen lijken? Vertellen en schrijven.
- (p. 21) Wondje: wordt dit herkend? Het wordt zo leuk gezegd. Wat voor wondjes en wonden hebben leerlingen wel eens gehad? Hoe kwam dat? Hoe ging het verder?
- (p. 23) Judo: dat is precies wat sport is. Hoe gaat dat bij andere sporten? Schrijven.
- (p. 25) Fiets: bekijk het eens van die kant! Beschrijf de liefde tussen fiets en eigenaar.
En verder kunt u het zelf: uit de gedichten de essentie halen en leerlingen inspireren.


