Leesgoed-plus

Voor wie verder wil lezen

Carli Biessels debuteerde in 1998 met Twee druppels water. Ze schrijft sterk vanuit beelden, klanken, kleuren, geuren en gevoelens.

Het gaat haar niet zozeer om spannende avonturen als wel om het spel tussen de woorden en de zintuiglijke associaties die die woorden buiten hun officiële betekenis om oproepen, waardoor de lezer een verrassende, vaak humoristische kijk op alledaagse dingen krijgt. Haar hoofdpersonen zijn jonge kinderen die zo'n authentieke kijk op de wereld en de woorden nog niet verloren zijn. Enkele titels zijn:

  • Twee druppels water, Leopold 1998, 6+. Origineel, geestig verhaal over beelddenkertje Denny. Hij wil best schaap leren schrijven, maar het lukt niet omdat het woord schaap niet op een écht schaap lijkt: er moeten krulletjes bij, vindt Denny. Als hij bij het schrijven mag tekenen, lukt het wel, zelfs met moeilijke woorden die pas in groep 4 aan bod komen.  
  • De feestrede, Leopold 2000, Vlag & Wimpel, 7+. Daniella's ouders vieren hun koperen bruiloft en vragen opa een toespraak te houden. Opa kan veel, vooral met huisdieren, maar een toespraak houden, nee. Daniella gaat hem helpen, samen met een hamster! Humoristisch verhaal over woorden die eerst moeten ‘aarden' om uitgesproken te kunnen worden.
  • Irah en de dieren, Lannoo 2006, Vlag & Wimpel, 4+. Vijftien fijnzinnige verhalen over een meisje dat een intense relatie met dieren heeft. Of het nu vossen, bijen, roodborstjes of kwallen zijn, Irah heeft aandacht voor ze, ‘praat' met ze en ‘weet' wat ze terugzeggen. De focus op het kleine en de afwisseling in perspectief tussen Irah en haar dieren maakt de gewoonste dingen bijzonder.

De illustraties in zwart-wit van Martijn van der Linden in Juwelen van stras zijn nogal  mager. Ze doen routineus aan. Soberheid past bij het verhaal, maar het zou wel een wat meer intense, bezielde soberheid mogen zijn. Bovendien wekken de illustraties de indruk dat het boek voor vijf- tot zevenjarigen is in plaats van voor negenjarigen en ouder.

Van der Linden kan beter, ook in zwart-wit, zoals blijkt uit bijvoorbeeld Voor jou, voor wie anders? van Edward van de Vendel (2008). En schitterend werk levert hij in zijn prentenboeken met tekst van Maranke Rinck als Het prinsenkind (2004), Meisjes om te zoenen (2006) en Ik voel een voet (2008), boeken die karaktervol, exotisch en poëtisch van beeld zijn.


Enkele andere boeken over de Tweede Wereldoorlog voor kinderen:


9+:

Ida Vos: Wie niet weg is, wordt gezien (1981, 9+), Anna is er nog (1986, 9+), Dansen op de brug van Avignon (1989, 9+), Witte zwanen, zware zwanen (1992, 10+) en De sleutel is gebroken (1996, 11+), alle Leopold.

De boeken van Ida Vos, gebaseerd op haar jeugdherinneringen als joods kind in de oorlog, zijn goed te lezen voor kinderen vanaf 9 jaar. De gruwelen van de shoah geeft ze onderhuids en ingehouden weer, zodat het niet bang maakt maar moed geeft.
De titels van haar boeken, refererend aan kinderliedjes, geven al aan dat de schrijfster speelse elementen inbouwt die de zwaarte van haar onderwerpen verteerbaar maken.
In Dansen op de brug van Avignon ontroert het hevige verlangen van de kinderen om gewoon weer eens te kunnen spelen met wie, waar en wanneer je maar wilt.
In Witte zwanen, zwarte zwanen, spelend tussen 1938 en 1942, contrasteert de liefdevolle zorg van twee joodse zusjes voor een nest jonge katjes schril met het oorlogsgeweld.
Het vervolg daarop, De sleutel is gebroken, speelt in 1943 als de zusjes moeten onderduiken. Niet luizen en schurft zijn dan het ergste, maar dat ze hun eigen identiteit kwijtraken.
Ontroerend is de wijze waarop de meisjes de moed erin houden, bijvoorbeeld met het spelletje ‘dromertje': elkaar om beurten een stukje droom vertellen, waarbij ze een hemelse tuin met letterlijk gouden regen verzinnen.


10+:

Els Pelgrom: De kinderen van het achtste woud, Querido, Gouden Griffel 1978. De elfjarige Noortje wordt na de slag om Arnhem in 1944 met haar vader geëvacueerd naar een boerderij op de Veluwe waar ze de hongerwinter doormaakt. Voor de boer en boerin is het vanzelfsprekend om iedereen die aan de deur komt eten te geven. Adembenemend zijn de passages waar Noortje helpt met de bevalling van een joodse vrouw die met man en kinderen in het bos in een hol onder de grond woont. Eén van de eerste genuanceerde kinderboeken over de oorlog, waarin gewone mensen mooi en gevoelig worden beschreven.

Mirjam Elias: Het verlaten hotel, De Fontein 2003. Jeugdroman, spelend in Amsterdam in dezelfde buurt als Winterijs van Peter van Gestel. Het is gebaseerd op jeugdherinneringen van de fotograaf Ronald Sweering. Zijn vader was eigenaar van hotel Atlantic op de Weteringschans, dat een centrum van verzet werd tegen de Duitsers.

Margriet Heijmans: Diep in het bos van Nergena, Querido 2005, Nienke van Hichtumprijs. Frieda woont in de stad maar wordt aan haar oom meegegeven naar zijn huis diep in het bos, waar ze moet spelen met haar nichtje Jet. Hoewel ze daar genoeg te eten heeft, mist ze haar familie. Gelukkig heeft ze met haar zusje Adalie een briefwisseling; daarin wordt zonder een greintje sentimentaliteit duidelijk hoe de oorlog in de stad tekeer gaat. Ontroerend verhaal met mooie balans tussen plagerig speelse kindertaal en suggestieve zeggingskracht. Met prachtige stripachtige prenten in sepia.

Jacques Vriens: Oorlogsgeheimen, Van Holkema & Warendorf 2007. Toegankelijk, realistisch oorlogsverhaal dat zich afspeelt in een dorp in Zuid-Limburg, najaar 1943. De eerste jaren is de oorlog nog niet zo erg als in het westen van Nederland, maar dan ontdekt de elfjarige Tuur een Engelse piloot op zolder. Natuurlijk moet dit geheim blijven, temeer daar zijn meester voor de Duitsers is. Als zijn buurmeisje Maartje, aan wie hij verkering heeft gevraagd, ook nog vertelt dat ze joods is, komt de oorlog angstig dichtbij.


12+:

Voor twaalfplussers zijn er de bekende klassiekers als Het Achterhuis van Anne Frank (1947, verfilmd), Oorlogswinter van Jan Terlouw (1972, Gouden Griffel, verfilmd) en Winterijs van Peter van Gestel (2001, Woutertje Pieterse Prijs, zie lessuggesties op Woutertjepieterseprijs.nl).
Ook de trilogie van Klaus Kordon over een idealistisch communistisch gezin in Berlijn tussen 1918 en 1945 is adembenemend: Met je rug tegen de muur (1992, Zilveren Griffel), De eerste lente (1995, Zilveren Griffel) en De rode matrozen (1996), Van Holkema & Warendorf / Lannoo.