Leesgoed-plus

Groepsgesprek over het boek

Vertel iets over oorlog en onderduiken en lees het boek dan voor. Zorg voor een rustige sfeer.

Laat de kinderen eerst spontaan reageren. Ga dan vragen stellen:

  • 1. Wat vind je leuk aan dit boek? Of mooi? Of spannend?
  • 2. Wat vind je niet leuk aan het boek? Of saai? Of lelijk? Of erg? Of raar?
  • 3. Wat begrijp je niet helemaal?
  • 4. Zag je ook dingen, patronen of stramienen, die steeds terugkomen?

De laatste vraag gaat over stijl en opbouw van het boek. Op deze vraag kunnen antwoorden komen als:

In de tekst:

  • Begin en eind spelen zich in een heden af, het grote middendeel, p. 8-92, bestaat uit herinneringen uit de maanden die daaraan voorafgingen.
  • Het is een erg ‘winters' verhaal, zowel letterlijk als figuurlijk (p. 21, 27, 56, 60).
  • Er wordt veel gezwegen. Elske wil veel weten, maar begrijpt  dat er ook dingen waren die ik niet moest vragen. (p. 12, 14, 36, 78)
  • Elske is een zeer sensitief meisje dat behalve woorden ook kleuren, warmte/kou, geluiden en geuren intens ervaart (geuren op p. 20, 23, 37, 42, 53, 56, 79, 89).
  • Het Pieuw! van de klaagvogel komt steeds terug (p. 31, 33, 48, 49, 60, 80, 81, 82, 85, 92) het wordt het wachtwoord tussen Elske en oom Jo-tje.
  • Ondanks het intense zwijgen zijn woorden belangrijk voor Elske, behalve Pieuw! ook Silveren Seepaerd, roodvonk, De gebroken rietstengel, spijzen (p. 51). Ze maakt gedichtjes zodra ze kan schrijven.
  • Vogels spelen een belangrijke  rol; troostend: de eenden ( p. 16, 28, 36, 59/60, 86), rustgevend: de klaagvogel (p.31, 33, 48/49, 80/81) en hoopgevend: het vogeltje van strassteentjes (p. 54, 75, 93).
  • Het boek met Perzische miniaturen van idyllische tuinen komt steeds terug (p. 30. 31, 36, 70, 72, 89).
  • Het verhaal bevat veel symboliek: Elske krijgt een tuintje in de vorm van een ster (de illustrator heeft echter een vijfpuntige ster getekend in plaats van een zespuntige Davidsster), manestralen en het ‘wachtwoord' Pieuw! in de communicatie tussen Elske en oom Jo-tje, de winterse kou, de gebroken rietstengel uit het verhaal van Leendert.

In de illustraties:

  • zwart-wit
  • niet erg uitbundig
  • enigszins karikaturaal

In de vormgeving:

  • weinig woorden per bladzijde
  • ‘winterse' omslag met koude kleuren

Spelregels en tips:

- Heb als leerkracht een open houding: er is niet één waarheid, één oplossing of één goed antwoord. Een gesprek kan juist opbloeien door de diversiteit aan meningen en interpretaties.
- De kinderen moeten het boek goed kennen voordat ze er een groepsgesprek over kunnen houden. Dan kunnen ze hun mening uitleggen aan de hand van fragmenten en illustraties uit het boek.
- Er zijn meer vragen mogelijk; ontwikkel als leerkracht daarin een eigen stijl.
Alles mag gezegd of opgemerkt worden. Niets is gek of stom. Laat de kinderen merken dat het belangrijk is wat ze zeggen.
- Iedereen luistert naar elkaar. Er wordt niet door elkaar gepraat.
- Stel geen gesloten vraag waarop maar één antwoord mogelijk is. Vraag liever: ‘Waar zie je dat?', ‘Hoe bedoel je dat?', ‘Kun je dat laten zien?' of ‘Vertel eens...'.
- Laat het gesprek niet langer duren dan nodig. Het ene boek geeft meer gespreksstof dan het andere. Dit boek geeft veel gespreksstof, alleen al omdat het over oorlog gaat.

Deze manier om een groepsgesprek te voeren werkt het best als er regelmatig zo met elkaar wordt gepraat. Dan raken de kinderen eraan gewend en gaan ze het leuk vinden om op ontdekkingsreis te gaan in een volgend boek.
Deze aanpak is gebaseerd op verschillende inspirerende boeken: Aidan Chambers, Vertel eens en De leesomgeving, Biblion, Den Haag 2001, en Jan van Coillie, Leesfeesten en boekenfeesten, Hoe werken (met) kinder- en jeugdboeken?, NBD/Biblion, Den Haag 2007.