Leesgoed-plus

Doen

Nieuwe achternaam en woonplaats verzinnen

Toen vertelde ze dat ik voortaan een nieuwe achternaam had. Als iemand vroeg hoe ik heette, moest ik zeggen: ‘Ik ben Elske van den Berg en ik logeer bij mijn oom en tante omdat ik moet aansterken na een zware ziekte.' Wat voor ziekte weet ik eigenlijk niet, dat moet ik haar toch eens vragen. Ik moest ook onthouden dat ik uit Middelburg kwam en niet uit Arnhem, waar ik eigenlijk woon. (p. 13/14)

Om veilig te zijn krijgt Elske een andere achternaam en komt ze zogenaamd uit een andere plaats. Hoe zou het voelen om voor je veiligheid een nieuwe naam te moeten krijgen en iemand anders te moeten worden? Wat voor nieuwe achternaam en woonplaats zou jij krijgen?

Verzin voor jezelf een nieuwe achternaam en een andere woonplaats en schrijf die op. Stel in een groepje vrienden en vriendinnen jezelf voor met nieuwe naam en plaats. Kun je je nieuwe naam goed onthouden? Hoe heten de andere kinderen uit je groepje? Hoe zijn jullie op het idee gekomen voor juist die namen? Zijn ze geschikt? Wanneer is een naam geschikt? Praat er samen over.

Schrijven over geluiden in bed

Ik sliep onder een schuine wand. Boven mijn hoofd hoorde ik getrippel. Ik probeerde te raden of het muizen waren of vogels die onder de dakpannen schuilden. Of gewoon de regen. (p. 19)

Elske hoort getrippel als ze in bed ligt. Wat zou dat zijn? Ze verzint drie antwoorden op die vraag. Welk antwoord vind jij het spannendst?

Schrijf ook zo'n kort stukje over de geluiden die jij hoort als je in bed ligt. Wie of wat zouden die geluiden kunnen maken? Bedenk er spannende en gewone dingen bij. 

Letters schrijven en erbij fantaseren

Mijn letters wilden nooit op elkaar lijken. De ene f werd een vishengel, de volgende een lantaarnpaal en de derde leek helemaal nergens op. (p. 24)

Elske leert letters schrijven. Elke letter, ook als is het dezelfde, ziet er bij haar toch anders uit. Schrijf een f die op een vishengel lijkt.

Schrijf een f die op een lantaarnpaal lijkt.

Schrijf een f die nergens op lijkt.

Kies een andere letter dan de f. Schrijf je letter op heel veel verschillende manieren. Zet onder elke letter waar hij op lijkt. Op een lepel, een hoofd met 1 haar, een bloem in de knop, een steelpan, een ster met een staart...

Een klaagvogel schilderen

Toen hoorde ik voor het eerst de klaagvogel. Hij woonde bij de schommel tussen de seringenstruiken. ‘Pieuw...' riep hij, wel twaalf keer achter elkaar. Ik wist niet waarom hij riep, of hij op antwoord wachtte. Later kon ik hem overal horen, ook 's nachts in bed onder het schuine dak. Dan stelde ik me voor hoe hij eruitzag. (p. 31)

Hoe denk jij dat de klaagvogel eruitziet? Heeft hij lange, hoge poten of kleine voetjes? Een snavel als van een merel, een meeuw, een papegaai, een toekan? Vleugels als van een adelaar, een mus, een duif, een zwaan? Een kuif, zwemvliezen, een lange hals? Veren in sombere kleuren of hier en daar toch vrolijke stippen? Fantaseer over jouw klaagvogel en schilder hem. Maak samen een tentoonstelling van klaagvogels.

‘Pieuw' zeggen

‘Roept hij vaak?' vroeg hij. ‘Hoe vaak? Hoe klinkt dat?' Hij probeerde het na te doen, ‘pieuw!' (p. 48)

Het ‘pieuw' van de klaagvogel klinkt natuurlijk klaaglijk. Probeer hem, net als oom Jo-tje, na te doen. Klinkt het als een duif, als een meeuw, als een tovervogel? Zeg of zing ‘pieuw' een paar keer achter elkaar, zo klaaglijk mogelijk. Wie in de groep kan het het mooist?

Op servetten zeepaardjes tekenen

Ik moest hardop lachen (...) omdat ik het paardje ontdekte dat rechtop door het water zwom. Het stond afgedrukt op onze servetjes. (p. 49)

Elske eet met haar nichtjes en oom Jo-tje in restaurant Het Silveren Seepaerd. Op de servetten ziet ze een tekening van een zeepaardje dat rechtop door het water zwemt. Hoe ziet zo'n zeepaardje eruit? Probeer het in een paar lijnen te tekenen. Als dat lukt, teken dan met een dikke viltstift op een aantal servetten datzelfde zeepaardje.

Gebruik de servetten bij een gezellig etentje, vertel dan over het boek en lees het stukje voor over het diner in Het Silveren Seepaerd.


Haagse Bluf maken

Er werd een hoog kelkje voor me neergezet. Ik wachtte tot ze waren rondgedeeld. Het zag er zó mooi uit. We aten met lange lepels. ‘Dit heet Haagse Bluf!' zei Klara. (p. 52)

Hoe smaakt Haagse Bluf? Maak het zelf en proef het. Voor vier personen heb je twee eieren nodig, 20 centiliter bessensap en 100 gram poedersuiker. Scheid het eiwit van de dooier. Doe eiwit, bessensap en poedersuiker in een kom. Klop het mengsel stijf met een handmixer. Dat duurt een minuut of acht. De bluf moet zo stijf zijn dat je de kom even ondersteboven kunt houden zonder dat er iets uit valt. Schep de Haagse Bluf in vier glazen schaaltjes. Steek er een lange vinger in of zet er als versiering een aardbei op.

Bedenk met elkaar tijdens het eten waarom het toetje Haagse Bluf heet. (Het is opgeklopt en er zit veel lucht in.)

(Kleuters en oude mensen kunnen beter geen Haagse Bluf eten. Omdat er in het toetje rauw ei zit, kunnen ze een salmonellabesmetting oplopen. Voor kinderen boven de vijf is dat risico niet zo groot.)

Samen een liedje schrijven

's Avonds luisterde ik weer naar de klaagvogel. En hij dan? dacht ik. Hij kan niet mee naar dat andere huis. Hij moet hier in de bossen blijven. Ik luisterde extra goed, ik wilde weten of het twaalf keer zou zijn, net als anders. Maar de lucht liep vol geraas. Er kwamen vliegtuigen over, een heleboel, veel meer dan twaalf. Ik maakte een liedje om het minder te horen, ik zong het in mijn hoofd. Morgen zou ik het opschrijven. (p. 62/63)

Bedenk één regel die Elske in haar hoofd heeft en schrijf die op. Een korte regel van een woord of acht. Het kan een klagende of verdrietige regel zijn over de klaagvogel. Of juist een vrolijke over iets fijns. Een regel om monsters of vliegtuigen te verjagen, een korte regel met een kleur erin, of met het woord ‘ik' erin, een droomregel, een slaapregel, het kan van alles zijn.

Heeft elk kind in de groep één regel verzonnen en opgeschreven? Lees ze hardop en kijk welke regels bij elkaar passen. Maak zo korte liedjes van drie of vier regels.

Zing die korte liedjes voor elkaar op een zelfbedacht wijsje. 

Luisteren naar Chopin en Schubert

Ik maakte kleuren bij wat ik schreef. Als ik daarmee bezig was, hoorde ik beneden in het huis de piano. Tante Gré speelde mooie, ernstige muziek. Zingen deden we niet meer zo vaak. Ik hoorde namen als Chopin en Schubert. Het was muziek die naar binnen wilde, die alles opzij duwde. Vanuit mijn kamer wilde ik het wel horen, daar klonk het juist ver genoeg weg. (p. 71)

Elske hoort pianomuziek van Chopin en Schubert. Hoe klinkt dat? Zoek dat uit op YouTube. Daar zie je en hoor je ook kinderen die stukjes van die componisten op de piano spelen. De achtjarige Hannah Hua speelt een nocturne van Chopin op Youtube.

En Rachel Zhang (12) en Austin Park (13) spelen op Youtube samen een serenade van Schubert. Zoek op YouTube naar de mooiste uitvoeringen. Stel je voor dat je een tante hebt die beneden op de piano die muziek speelt en dat jij, net als Elske, boven zit te schilderen in een schetsboek. Wat schilder of teken jij bij die muziek?

Mooie woorden verzamelen

Ik ging weer naar school, met Klara en Ingrid. De juffrouw vroeg niet of ik ziek was geweest. De kinderen wel. ‘Roodvonk', zei ik. Ik vond het een mooi woord. Roodvonk. (p. 87)

Roodvonk is een nare ziekte, maar een mooi woord. Dat laatste vindt Elske tenminste. Misschien omdat ze van rood houdt? Of omdat ze bij het woord een prachtige rode vonk ziet? Of omdat roodvonk leuk klinkt?

Wat vind jij een mooi woord? Tafelzilver? Haagse Bluf? Barcelona? Santiago? Snotje? Ozewiezewoze? Poezelig? Apenkool? Ga op zoek in je hoofd, in dit boek en in (woorden)boeken naar woorden die jij mooi vindt. Schrijf ze op in een klein notitieboekje. Vraag je vader en moeder, je meester en juf, je oma, opa, vriend en vriendin om hun mooie woorden. Noteer ze in je boekje als je die woorden ook mooi vindt. Zet op de buitenkant van je notitieboekje een titel en je naam. Maak hier en daar een tekening. Als je boekje vol is, begin je met deel twee.


De puinhoop van Het Silveren Seepaerd tekenen

Ik maak een tekening van Het Silveren Seepaerd dat er niet meer is. Voor oom Jo-tje. Boven op de puinhoop zet ik een vogel. (p. 8)

Ik maak een tekening voor oom Jo-tje. Van het Seepaerd, dat er niet meer is. Er zit geen zilver bij de kleuren in mijn verfdoos. Dat heb ik ook niet nodig. De puinhopen schilder ik grijs en zwart en bruin. Daar bovenop zet ik een vogel. Met een oogje van blauw. (p. 93)

Schilder of teken met grijs, zwart en bruin restaurant Het Silveren Seepaerd. Op bladzijde 44 zie je hoe tekenaar Martijn van der Linden denkt dat het restaurant er uitziet. Zo zou het kunnen. Maar het kan ook anders. Een brede trap voor de voordeur? Luiken bij de ramen? Torens op het dak? Bomen in potten op de stoep? Teken of schilder jouw eigen restaurant Het Silveren Seepaerd.

Klaar? Verscheur dan je tekening. Plak de snippers door elkaar op een nieuw papier en maak zo een puinhoop van Het Silveren Seepaerd. Misschien hebben sommige snippers een verbrand randje. Teken boven op de ruïne een vogel met een blauw oog. Plak een blauw strassteentje op die plek.