2. Wiplala weer
Hij was toen zes. Voorkennis voor dit boek, dat het vervolg is op Wiplala, is niet vereist. Chronologie zegt jonge kinderen helemaal niets. En tegen herhaling hebben ze geen bezwaar. Zelf herlees ik zelden een boek, maar voor Osmo geldt het feest der herkenning. Daarom stond me niks in de weg om opnieuw aan Wiplala weer te beginnen.
Toch voelde ik innerlijk verzet. De neiging hele alinea's over te slaan is groot, maar heb ik tot nog toe met succes weten te onderdrukken. Bovendien zou ik mogelijk afbreuk doen aan de grote voorleestraditie met al zijn voor- en nadelen.
In dit boek stelt Annie M.G. Schmidt ons voor aan het jaren vijftig gezin Blom. Geen doorsneegezin, want in de samenstelling ontbreekt een moeder. Dochter Nella Della en het jongere broertje Johannes mogen zich gelukkig prijzen met ten minste een vader die áltijd thuis is. Totdat die idylle verstoord wordt, want er moet brood op de plank komen. Vader gaat dus werken - toen ook nog op de zaterdagen - in de tomatensoepfabriek. De onverwachte terugkeer van tovenaartje Wiplala zorgt onder meer voor een succesvol pruimensoepoffensief.
Het is Osmo uit het eerste Wiplala-boek, dat ik ook al met hem las, bekend tot welke kunsten de kleine Wiplala in staat is. Maar Osmo heeft geen last van zijn déjà vu-gevoelens. Intussen worstel ik me door de herhalingen heen en kan ik het niet nalaten hem te vragen `hoe denk je dat het eindigt?'
Hij weet precies hoe de rampen zich zullen voltrekken. Berust die wetenschap op voorkennis of is het gewoon zo dat de kinderboeken, zelfs die van Schmidt, voorspelbaar zijn?
Myrte Gay-Balmaz
-
Er zijn nog geen reacties op dit artikel.



