17. De watervloek
Over De watervloek, het vervolg dat ook onafhankelijk van deel één gelezen kan worden, meldt de NRC-recensent bij voorbaat dat '(het vorige verhaal) zo goed afgerond is dat voortzetting zinloos lijkt'.
Osmo en ik hebben deel één niet gelezen. Overeenkomsten ontgaan ons dus. Maar op de achterflap lezen we dat het om dezelfde Arthur gaat en dat alle in het verleden bezworen vloeken nog eens terugkeren. In het boek wordt geregeld terugverwezen naar Arthurs eerste avontuur: namen van schoolvriendjes, plaatsaanduidingen en de niet onverdienstelijke vereniging die zich met vloeken bezighoudt, de I.V.V. Deze Internationale Vereniging van Vloekenverdelgers heeft Arthur op een moeilijke zaak gezet. Gelukkig is hij een bereidwillige medewerker, want met groot doorzettingsvermogen en weinig twijfel voert hij hun opdracht uit. De krachten die hij de eerste keer aanwendde om de familievloek uit te bannen, worden zwaar op de proef gesteld. Natuurlijk slaagt Arthur erin de nieuwe vloekenergie te bedwingen en redt hij, zonder dat de inwoners zich daarvan bewust zijn, het kleine havendorp Westerkreek. Maar de held Arthur heeft genoeg aan de erkenning van de I.V.V.
Een ware held is dus bescheiden. Een moraal waarmee ik geen moeite heb, maar die voor Osmo, en ik denk voor de vele andere lezers, onopgemerkt blijft. Want dat is eigenlijk gewoon zoals het hoort in een goed sprookje. En De watervloek onderscheidt zich niet van andere moderne sprookjesboeken voor kinderen in de middenbouwleeftijd.
Naast de wind, meeuwen en grillige luchten uit deel één kwam in De watervloek ook aan stortvloed aan nattigheid over ons heen. Iedere avond lieten we ons figuurlijk geselen door heftige regenbuien. Niet echt iets wat me opvrolijkte, maar omdat Osmo enthousiast bleef, zwoegde ik me door alle 271 pagina's heen. Nu wil hij mij ook De stormentemmer laten voorlezen.
`Liever niet,' verzucht ik met begrip voor de NRC-recensent - waarom meer van hetzelfde?
Myrte Gay-Balmaz
-
Er zijn nog geen reacties op dit artikel.



