20. De gele ballon
De hele eenvoudige waar het jonge kind aan de hand van afbeeldingen voorwerpen leert benoemen. Of die rijk-geïllustreerde boeken waarbij de plaatjes het verhaal (moeten) vertellen.
In De gele ballon voert Charlotte Dematons je mee de wereld over. Logisch dus dat vanzelf de verhalen ontstaan. Iedere afbeelding schreeuwt om nadere inspectie.
Samen met Osmo leggen we stad, platteland, bergen en woestijnen bloot. Ook de zee, het koude Noorden (met Titanic!), de jungle, een vakantieoord en een havenstad krijgen onze onverdeelde aandacht. Niet alleen omdat het leuk is ernaar te kijken, maar omdat we ze afspeuren op vier attributen. Wat hebben een blauwe auto, een boef in gestreept pak, een fakir op een vliegend tapijt en een gele ballon namelijk met elkaar gemeen? Dat ze over de hele wereld meereizen en opduiken op de meest onverwachte plekken.
Deze zoektocht heeft ons vier avonden lang bezig gehouden. Per avond richtten Osmo en ik ons op één voorwerp. We begonnen met de opvallende gele ballon, die meestal snel te herleiden was. Daarna de auto, die al moeilijker terug te vinden was. Toen de gestreepte boef, wat soms onmogelijk leek. Tenslotte de fakir, die niet altijd op zijn vliegende tapijt verbleef (gemeen!).
Onder ons alziend oog speelde het wereldse leven zich af. We waanden ons daardoor iedere avond een beetje God, want alle plaatjes zijn getekend vanuit een bovenaanzicht. Toch is het boek meer dan een plattegrond van bekende en onbekende streken, het is een heel geslaagd letterloos boek.
Myrte Gay-Balmaz



