23. De bovenbouw
Drie jaar lang zat hij in één klas die jaarlijks doorschoof. (Hij volgt Montessori-onderwijs.)
Als vijfdegroeper kende zijn populariteit, net als die van andere vijfdegroepers, geen grenzen. Ze waren de oudsten, (meestal) de slimsten en in elk geval de gangmakers van de klas. Droegen zij een hoofdband dan werd respectvol gepraat over de voetballer Clarence Seedorf, die er ook een draagt. Besloot een van hen flessendopjes te gaan sparen, dan spaarden alle anderen ze ook, voor de vijfdegroeper(s).
Kortom Osmo is gewend geraakt aan een harem bewonderaars. Maar met de overgang naar de bovenbouw beseft hij weer onder aan de populariteitsladder te staan. Dit heeft invloed op eerder genomen beslissingen.
Voor de vakantie las ik hem Doktor Prokors schetenpoeder voor. Hij genoot ervan. Poep, pies en scheten bezorgen hem en zijn leeftijdsgenoten nog steeds lachstuipen. Dus het veelvuldig geknetter van door poeder opgewekte scheten in het verhaal konden op Osmo's waardering rekenen. Zelfs zoveel dat hij overwoog het boek te presenteren in de klas. Een boekbespreking zoals dat officieel op school wordt genoemd, waarbij mijn hulp helemaal niet gewenst was. Dit ambitieuze plan speelde vlak voor de vakantie. Door alle drukte van de laatste schooldagen kwam hij er niet aan toe.
`Ik doe het na de vakantie wel,' waren zijn geruststellende woorden. Ik had mijn bedenkingen. Niet omdat ik vermoedde dat zijn ambities tegen die tijd allang vervlogen zouden zijn. Eigenlijk hoopte ik daarop. Want worden humorelementen als poep, pies en scheet door zevende- en achtstegroepers niet enorm kinderachtig gevonden? Ik vreesde een afgang voor Osmo, maar wist niet hoe hem ervoor te behoeden.
Er gewoon niet op terugkomen had een tactiek kunnen zijn, maar liever koos ik voor de moderne opvatting van het nonchalant bespreekbaar maken.
`Neuh,' antwoordde Osmo, `je hoeft me er niet meer mee te helpen.'
`Hoezo?' polste ik, terwijl ik hem de haarborstel aanreikte en aandachtig toekeek hoe hij zijn hoofd onder de kraan duwde.
`Ik ga het maar niet doen,' was wat ik tot mijn opluchting verstond. Nu kon ik me gelukkig weer bezighouden met alledaagsere dingen, zoals zijn nieuw aangemeten wethairlook. Vanaf schooldag twee onder de jongens in de bovenbouw een must, wil je er een beetje bijhoren.
Myrte Gay-Balmaz
Letteracht



