25. Bacteriënjagers
Normaal ben ik tegen trouwerijen en tegen huwelijksjubileumfeesten in het bijzonder. Toch trok ik samen met Osmo naar zo’n jubileum van een stel dat tenminste een half jaar durfde af te wijken van het geijkte patroon. Ze vierden namelijk hun 13-jarig huwelijk en die ludieke aanpak beloonde ik met onze aanwezigheid.
Het was een heel eind weg van hier. Dus deden Osmo en ik een poging de lange terugreis op te leuken door een lied aan te heffen. Ons repertoire beperkte zich tot één liedje, over de nieuwe haring die griep opliep, dat ik steeds uitbundiger zong. Als om te bewijzen dat in mijn auto, of in elk geval in mijn lijf, geen greintje griep heerste.
Uiteindelijk liet ik me door Osmo onderbreken. Zijn eerdere pogingen daartoe had ik genegeerd. Die beperkten zich namelijk tot botte commentaren op mijn zangkunst.
`De Mexicaanse griep is iets besmettelijks, toch, mam?’
`Ja,’ en nu kon ik dankzij de folder Zo houden we grip op griep al mijn kennis over de vermeende pandemie kwijt. (`Wat is pandemie, mam?’) Deze nieuwsgierige aanleg was ook de reden dat ik bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu het boek Bacteriënjagers opvroeg. Het is hun originele manier om het honderdjarig bestaan van het instituut te vieren. Een soort jubileum waar ik minder bezwaren tegen heb, maar dat terzijde.
Het eerste verhaal, 'Ode aan Eliza', sloeg ik in overleg met Osmo over. (`Wat is een ode, mam?’) 'Bacteriënjagers' (verhaal nummer twee) gaat over Steven (hooguit 12), die op het spoor komt van een besmettelijke griep. Toen we toe waren aan het derde van de vier verhalen, 'Breuk', haakte Osmo af.
De verhalen lichten de verscheidenheid van het RIVM toe. Voor de (oud-) medewerkers is het misschien allemaal heel leuk, want herkenbaar.
Zoiets zie je ook vaak bij de familieleden op bruiloften, trouwens.
Onze bemoeienis met dit jubileum was duidelijk een gevalletje van verkeerde inschatting van mijn kant. Met beperkte gevolgen gelukkig (hoewel mijn stem het wel tijdelijk heeft begeven).
Myrte Gay-Balmaz
Uiteindelijk liet ik me door Osmo onderbreken. Zijn eerdere pogingen daartoe had ik genegeerd. Die beperkten zich namelijk tot botte commentaren op mijn zangkunst.
`De Mexicaanse griep is iets besmettelijks, toch, mam?’
`Ja,’ en nu kon ik dankzij de folder Zo houden we grip op griep al mijn kennis over de vermeende pandemie kwijt. (`Wat is pandemie, mam?’) Deze nieuwsgierige aanleg was ook de reden dat ik bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu het boek Bacteriënjagers opvroeg. Het is hun originele manier om het honderdjarig bestaan van het instituut te vieren. Een soort jubileum waar ik minder bezwaren tegen heb, maar dat terzijde.
Het eerste verhaal, 'Ode aan Eliza', sloeg ik in overleg met Osmo over. (`Wat is een ode, mam?’) 'Bacteriënjagers' (verhaal nummer twee) gaat over Steven (hooguit 12), die op het spoor komt van een besmettelijke griep. Toen we toe waren aan het derde van de vier verhalen, 'Breuk', haakte Osmo af.
De verhalen lichten de verscheidenheid van het RIVM toe. Voor de (oud-)
Zoiets zie je ook vaak bij de familieleden op bruiloften, trouwens.
Onze bemoeienis met dit jubileum was duidelijk een gevalletje van verkeerde inschatting van mijn kant. Met beperkte gevolgen gelukkig (hoewel mijn stem het wel tijdelijk heeft begeven).



