30. Een dagje naar het strand
Het eerste deel van de film is wat mij betreft het beste. Het gaat niet over het vechten, maar over het wachten. De voorbereidingen, het eindeloze uitstel, het misleiden van de vijand, de spanning aan beide kanten. Tijdens die scènes zit Osmo altijd naast me op de bank, onder een dekentje, en schurkt zich een beetje tegen mij aan.
In de tweede helft van de film gaat het los! De soldaten stromen de stranden op, parachutisten worden gedropt, het is een en al schieten en vechtscènes. Dat is Osmo’s favoriete deel. Hij legt dan zijn dekentje op de grond, gaat er op zijn buik bovenop liggen en dan is het genieten geblazen. Nasynchronisatie is niet meer nodig.

Toch vraag ik me soms af wat Osmo van deze film begrijpt. Er is een scène waar Amerikaanse soldaten op het zwaarste slagveld van de hele invasie, Omaha Beach, een pijpbom moeten zien te monteren om een versperring op te blazen. Een heldhaftige soldaat kruipt door het zand om de pijpbom uit te schuiven over een lengte van wel twintig meter. Hij wordt van alle kanten beschoten, en op een goed moment schampt er een kogel af tegen zijn helm. Hij schrikt, zet zijn helm even af, herneemt zich en zet de helm weer op. Commentaar van Osmo: ‘hij kreeg zand in z’n oog.’ Als tijdens een dagje naar het strand.
Johanna Kroon



