34. Babar
Elk jaar in januari organiseert de CPNB (Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek) de Nationale Voorleesdagen. In 2010 was dat van de 20e tot 30e. In deze tien dagen ligt de nadruk op het voorlezen aan de allerkleinsten. Blijf ook na die tien dagen trouw doorvoorlezen, is de boodschap, want dan maak je lezers van je kind(eren).
Ik waag dat te betwijfelen.
Mijn Osmo, nu negen, heb ik altijd voorgelezen. Ook al werd ik er schor van, dan nog vervolgde ik het verhaal met hese stem. Maar zelf leest hij nauwelijks. Als je hem bezig ziet, vraag je je bij wijze van spreke af of hij wel weet wat een boek is.
Bij mij was vroeger bij het naar bed gaan ook een voorleesmoment. Maar dat werd opgegeven zodra ik zelf kon lezen. Ook niet erg motiverend, denk ik, voor een kind om dan nog te willen leren lezen. Afijn, bij mij heeft het wat zelf boeken lezen betreft geen gevolgen gehad. Maar wel leidde het tot de verdringing van alles wat mij ooit is voorgelezen.
Toch kreeg ik dankzij de CPNB laatst een korte opleving uit die tijd. De hoofdpersoon in het actieprentenboek De wiebelbillenboogie toont grote gelijkenis met olifant Babar. Mijn vader had me enkele jaren terug verteld dat hij ons daaruit voorlas. Het enige wat ik me daarvan herinnerde was een in driedelig pak gehesen olifant. Verhaallijnen of plots had ik met succes verdrongen of misschien waren die er gewoonweg niet.
In het prentenboek van Guido van Genechten bleek de olifant niet alleen qua kleding aanzienlijk moderner. Niet hij, maar zijn vrouw gaat uit werken. Dus past hij, als een geëmancipeerde Babar, op de kinderen. En dat zorgt voor vrolijke tonelen.
Osmo hoorde het verhaal gelaten aan. Hij was nieuwsgieriger naar de dvd. Samen keken we. Feitelijk speelt zich op de dvd hetzelfde verhaal af als in het boek, alleen met bewegende plaatjes. Het kon Osmo allemaal weinig boeien.
`Ja, het is voor kleine kinderen, hé?’ zei hij na afloop zuchtend. `Die zullen dit wel leuk vinden.’
`Waarom dan?’ vroeg ik.
`Die dansen de wiebelbillenboogie wel mee,’ antwoordde hij, en vervolgde ernstig: `... want dat kan nog.’
`Op die leeftijd,’ hoorde ik hem denken. En verontrust vraag ik me af of hier niet de kiem gelegd wordt van het verdringen van zijn eigen peuterjaren.
Myrte Gay-Balmaz




