Boekenplankje 2008
Van januari tot en met december
Net als de dagen van de week behoort het leren kennen van de maanden van het jaar en de seizoenen tot het ‘basiskennispakket' van kleine mensen. Gemakkelijk is dat niet altijd als je zo'n jaar of vier, vijf bent. Maar het prentenboek van Nannie Kuiper en Alex de Wolf: Alle maanden van het jaar is een ideaal studieboek over deze materie. Kleuter Boris ervaart dat het na het vuurwerk in de nacht nieuwjaar en dus januari is geworden. In februari kan hij sneeuwballen gooien en schaatsen, in maart ziet hij de nieuwe lammetjes, in april raapt hij paaseieren en zo trekt in dit prentenboek in steeds een dubbele pagina een heel jaar op kleuterniveau voorbij. Tot Sint vertrekt en de kerstboom er weer staat. Niet voor niets zijn de beide schutbladen, waarbinnen het hele jaar zich van januari tot de volgende januari afspeelt, dus vol sneeuw waarin Boris lekker speelt.
Nannie Kuiper schreef steeds een gezellige vierregelige rijmende tekst bij elke maand en Alex de Wolf schilderde heel bekwaam het jongetje en zijn hond in een steeds veranderende natuur. Ervaren als ze zijn, maakten ze samen een heel sympathiek en zeer, zeer bruikbaar educatief prentenboek voor kleuters over de maanden van het jaar! (Ploegsma, ISBN 978-90-216-6503-0, € 12,95).
Vermenselijkte dieren in de hoofdrol
Niet alles in de natuur blijkt zomaar vanzelf te gaan, want door het prentenboek Ruitjestijger leren we dat tijgerouders de strepen op de vacht van de tijgertjes er zelf op moeten schilderen.
Maar als het kleine tijgertje uit dit verhaal is geboren, kibbelen zijn ouders zo vreselijk over hoe zijn strepen moeten lopen, dat ze boos gaan slapen. Vader tijger wil dat zijn zoon heel bijzonder wordt en wil de strepen in de lengterichting aanbrengen met zwarte verf. Maar moeder vindt hem al bijzonder genoeg en wil dat hij gewone dwarse strepen krijgt. Midden in de nacht bedenkt hun zoontje een plan om zijn beide ouders hun zin te geven en schildert ruitjes op zijn vacht. En wordt heel bijzonder, dus. Dat vindt iedereen de eerste tijd. Totdat er een keer een enorme regenbui komt die alle ruitjes wegspoelt. Ook al ziet hij er dan net zo uit als alle andere tijgers, toch vinden zijn ouders hem nog steeds heel bijzonder!
Lief verhaal van Andrej Usatschow (over ouders, ruzie, bemiddelen) dat door de krachtige platen van Alexandra Junge ook heel fraai werd geïllustreerd (De Vier Windstreken, ISBN 978-90-5579-868-1, € 13,95).
Je hebt er allemaal een als de zon schijnt, je bent het zelf en toch weer niet: je schaduw. Over dit voor kinderen geheimzinnige fenomeen gaat De schaduw van Wolf en Lam van Ben Kuipers met illustraties van Ingrid Godon. Lam ontdekt zijn schaduw. Die huppelt met hem mee, springt tegen een muur op, ligt ineens in het water en laat Lam de hele wandeling versteld staan door zijn aanwezigheid op die zonnige dag. Dan komt hij bij zijn vriend Wolf, en als die een arm om zijn vriendje legt, vermengen beide schaduwen zich tot één: vriendschap. Mooie filosofie die ook heel helder en inspirerend voor jonge kinderen werd uitgewerkt en verbeeld door de illustraties. Ze vullen de tekst van Kuipers uistekend aan, verduidelijken deze en maken er door hun artistieke kracht een echt fraai prentenboek van! (Leopold, ISBN 978-90-258-5112-5, € 13,50).
Mini uit Mini gaat naar de film van Kitty Crowther is een meisjesinsect. Een kleutermeisje dat gezellig tuttelt met al haar knuffels. Die moeten beslist mee als Mini met haar vader naar de film gaat. In de zaal worden alle knuffels op stoelen neergezet, heeft iedereen dorst en dan blijkt ineens knuffel Sila weg te zijn. Vader heeft het maar druk met alles in orde brengen, maar Mini vindt naar de film gaan ontzettend leuk! Ook al zijn de smaakvol en kriebelig getekende kleine insectenwezentjes niet echt determineerbaar, identificéren kun je je wel direct met die aandoenlijke Mini als je zo'n jaar of drie bent. (Querido, ISBN 90-451-0382-6, € 11,50).
Flapjes met een verrassing
Kartonboeken met flapjes doen het altijd goed bij (een groep!) jonge kinderen. Een huis vol kusjes van Claudia Bielinsky is zo'n boek waarmee je in een kring met peuters altijd direct succes zult hebben. In dit echt heel grote boek gaat een hondje op zoek naar iemand die hem lieve zachte kusjes wil geven. Achter flapjes zitten die iemanden. Maar een kusje van een harige spin, mieren, een mammoet, de vissen, de kikker, de bij, de slang, muggen, krokodil en zelfs van het kleine broertje wil hij om diverse redenen beslist niet. Maar die van Papa en mama? Graag, natuurlijk! (Lannoo, ISBN 978-90-8568-183-0, € 13,95).
Ook in het kartonboek met wel 50 flapjes Ik kan Spetter écht niet vinden! van Lauren Child speelt een hondje de hoofdrol, al leren we deze tekkel pas op de laatste pagina kennen. Want hij is zoek. Charlie heeft zijn kleine zusje Lola namelijk op Spetter - de hond van zijn vriend Mark - laten passen. Na eindeloos zoeken binnen en buiten horen ze een zacht geluidje, een piepklein gaapje ergens vandaan komen en vinden ze Lola... onder de dekens van het bed! Uit het leven gegrepen (en omdat wij allebei met een tekkel samenleven, zouden Leeskraam-hoofdredacteur Julienne en ondergetekende dáár natuurlijk als eerste gezocht hebben!). (Van Goor, ISBN 978-90-475-0103-9, € 8,95).
Schildpad
Magisch zijn ze voor kinderen, die koudbloedige restanten vrijwel ongewijzigde prehistorie: schildpadden. Zo'n vijftig jaar geleden zag je in vrijwel elke kleuterklas wel een glazen bak met een gemoedelijk sla etende landschildpad staan: nu zijn ze terecht beschermd en dus zeer verboden waar en kunnen we ze alleen in dierentuinen bewonderen of in warme buitenlanden. Maar Eric Carle, de man die zoveel dieren in zijn prentenboeken stopt, maakte er samen met vriend Richard Buckley in 1985 al een prentenboek over dat nu in de bewerking van Bette Westera De slimme schildpad heet. In dit typische Carle-boek in stevige collagetechniek, stapt een schildpad uit zijn schild omdat dat hem zo langzamerhand te zwaar wordt en hem zo traag maakt. Wat overblijft, is een klein groen diertje dat nog steeds niet snel kan lopen en ineens bedreigd wordt door allerlei andere dieren: de hongerige kraai, een enge vis, de grote slang en elementen als de zon, de wind en de regen. Maar gelukkig vindt hij zijn oude schild terug en kruipt hij weer in zijn eigen lekkere huisje om veilig te gaan slapen. Ook dit boek met zijn duidelijke verhaal (boodschap) en de smaakvolle uitwerking daarvan doet het nog steeds uitstekend. De uitgever gaf het een sticker mee: Gottmer Topper, groter groeien voorleestip! Helemaal mee eens, en dan ook nog voor dit piepkleine prijsje! (Gottmer, ISBN 978-90-257-4388-8, € 5,-).
Ook in het prentenboek Ik voel een voet! van Maranka Rinck en illustrator Martijn van der Linden, speelt een schildpad een rol. In de donkere nacht liggen vijf dieren in een hangmat te slapen. Opeens hoort de schildpad iets vreemds. Om de beurt gaan ze op onderzoek uit en ontdekken dan op de tast in het pikkedonker steeds een stukje reuzenversie van zichzelf: de schildpad voelt een supergrote schildpadvoet, de vleermuis voelt een reusachtige vleermuisvleugel,de octopus voelt een ongelooflijk grote octopustentakel, de vogel voelt een enorme snavel en de bok voelt een enorme sik. Wat voor wonderlijk ‘allesdier' (om met Carle te spreken) zou daar in het donker staan? Het blijkt een olifant te zijn die ook in de hangmat wil... Een lekker lopend verhaal met een verrassende ontknoping op basis van een oude legende. Martijn van der Linden bracht op een zwarte ondergrond gestileerde, bontgekleurde dierfiguurtjes tot leven. Puntgaaf prentenboek! (Lemniscaat, ISBN 978-90-477-0026-5, € 13,95).
Wie ben ik?
Alles is betrekkelijk. Soms ben je groot en even later ben je ineens de kleinste. Dat leren kinderen op een Montessorischool meteen. Tegenstellingen zijn er om jong geleerd te worden. Lucy Cousins maakte met Muis groot, Muis klein een geslaagd boek over de meest uiteenlopende tegenstellingen: Muis warm/Muis koud, Muis duwt/Muis trekt, Muis herrie/Muis stil, Muis blij/Muis verdrietig en ga maar door. Ze maakt daarbij echt heel leuke keuzes waardoor je ook (een groepje) driejarigen even stevig aan het denken kunt zetten. Want hoe teken je: Muis niets/Muis alles?
En tekenen kan ze goed, dat wil zeggen: geraffineerd weglaten van details uit de werkelijkheid en die kale basale vormen in vrij primaire kleuren vervolgens zeer smaakvol arrangeren op de gekleurde pagina. Ja, smaakvol, modern en artistiek zeer consistent ogen haar boeken eigenlijk altijd. Dit geslaagde Muisboek over tegenstellingen ook, dus. (Leopold, ISBN 978-90-258-5104-0, € 14,95).
En alles wat hierboven qua stijl over deze succesvolle Engelse prentenboekmaker voor jonge kinderen is gezegd, geldt natuurlijk eigenlijk ook helemaal voor onze Dick Bruna. Ook bij hem: in de illustratie heel veel weglaten tot de vorm een direct ‘leesbaar' pictogram is geworden, het (bijna) primaire kleurgebruik, de enorme productie en het grote succes. Maar ook (op zijn tachtigste!) nog steeds de hoge kwaliteit van zijn boeken. Zoals het recente Een maatje voor snuffie. Snuffie is een beetje eenzaam, maar daar heeft haar baasje een oplossing voor bedacht. Herkenbaar wensvervullend verhaaltje over eenzaamheid en vriendschap. (Mercis, ISBN 978-90-5647-119-4, € 5,75).
Wat ben ik?
Kleuter Gust uit Zwijntjesdag is een echte smeerpoets: hij eet met zijn handen en kliedert, trekt zijn kleren achterstevoren aan en wil in de modder spelen. Zijn ouders noemen hem een varkentje, een zwijntje. En eigenlijk vindt Gust dat wel leuk, hij wil best een varkentje zijn. Dus kleurt hij zijn wangen roze met mama's lippenstift, doet een oud roze T-shirt aan, bindt een varkensneusje om en maakt een krullend lint aan zijn broek vast. Zo gaat hij naar de varkens op de kinderboerderij om gezellig bij hen in de modderpoel te springen en rond te wentelen. Eindelijk vinden zijn ongeruste ouders hun verkleumde vieze kind weer terug. Dan beloven ze hem dat ze elke tweede zondag van de maand zwijntjesdag thuis zullen houden (kleren achterstevoren en binnenstebuiten, met de handen eten en een modderbad nemen) en op de andere dagen zijn ze gewone mensen. Vrolijk prentenboek van Brigitte Minne en illustratrice An Candaele over schoon en vies. (De Eenhoorn, ISBN 978-90-5838-436-2, € 13,75). Zie voor Boekidee p. 21 in deze Leeskraam.
Nu er in de lente weer allerlei vogels druk aan de leg zijn, blijkt daar volgens het boek van Andy Cutbill en Russel Ayto (illustraties) ook nog een ander dier mee bezig te kunnen zijn in: De koe die een ei legde. Koe Nellie heeft een dipje omdat ze zich zo gewoon voelt en niet eens kan fietsen of op haar handen lopen zoals de andere koeien (in boeken). Die nacht broeden de kippen een plannetje uit. En de volgende ochtend blijkt Nellie tot ieders verbazing een ei gelegd te hebben. Een ei met zwarte vlekken. Iedereen komt kijken en Nellie krijgt veel aandacht van alle dieren op de boerderij en zelfs van de pers en gaat haar mooie ei uitbroeden, terwijl de andere koeien jaloers toekijken. Na een tijdje komt er inderdaad een (kippen)kuiken uit Nellie's ei. Maar als dat naar Nellie kijkt, trekt het zijn snavel open en roept luidkeels: BOEoeoe! Waarmee het bewijs geleverd is dat koeien - soms - een ei kunnen leggen. Komisch prentenboek. (Lemniscaat, ISBN 978-90-477-00180, € 12,95).
Boeken met cd
In een nummer over poëzie moet (naast een luid gejuich over de heruitgave van de inmiddels klassieke peutergedichten Ik zie je wel, ik hoor je wel van Miep Diekmann met de originele illustraties van Thé Tjong-Khing in één bundel) ook op deze plaats een nieuwe, fijne bundel kindergedichten besproken worden. Zo'n uitgave die eindeloos bekeken en voorgelezen kan worden thuis, privé, of in de kleutergroep. En dan liefst met grote tekeningen, zodat iedereen alles goed kan ‘meezien'. Gevonden!
Erik van Os en Elle van Lieshout schreven voor Ik weet wat ik worden wil, geestige en lekker lopende versjes over allerlei beroepen die kinderen vanaf een jaar of vier aanspreken; kapper, uitvinder, politieagent, kok, bakker, dokter en moeder/vader, waar Mies van Hout kloeke, gezellige illustraties bij maakte. Achter in dit forse boek zit een cd ingesloten.
Lekker gezongen teksten met een krachtige kleuterbeat die het goed zullen doen op school of achter in de auto.
nu ben ik nog gewoon
zes
maar later
word ik prinses
mama zegt dat
dat niet kan
dat zullen we dan
nog wel eens zien
als ik zestien ben
of zeventien.
(Gottmer, ISBN 978-90-257-4328-4, € 16,95).
En daar heeft deze zesjarige in het gedicht gelijk in. Want rijmt Laurentien niet prachtig op zeventien...? Onze H.K.H. de ‘voorlees-Prinses Laurentien' is degene die in de ingesloten cd van de wereld van nijntje van Dick Bruna op lieve moedermanier twaalf verhaaltjes voorleest. Wie nu denkt: alwéér die Bruna op deze plek, vergist zich. Want dit doe-, voel- en luisterboek is echt heel bijzonder en verdient extra aandacht. Het is een kloek kartonboek in de uitgestanste vorm van een nijntje over allerlei eenvoudige begrippen: alfabet, tuin, eten, dromen, dieren, dansen, waarin onder de eenvoudige tekst deze ook nog eens in braille staat. En niet alleen dat. Ook zijn al Bruna's contouren verhoogd aangebracht en dus na te voelen en zijn de illustraties voorzien van zachte of ruwe voel-elementen. Voor ziende kinderen is dit een grappig en ijzersterk uitgevoerd (!) Bruna-boek, maar voor slechtziende- of blinde (leesgehandicapte) kinderen is dit smaakvolle boek een fééstje! Want zo mooi worden ze niet vaak voor hen gemaakt. Deel een in de serie ‘Onbeperkt lezen'. (Rubinstein/Mercis, ISBN 978-90-4760-105-0, € 14,95).
Kinderen en training...?
Sommige kinderen zijn aartstreuzelaars. En of op tijd komen aan te leren is, valt, als we sommige volwassenen voor ogen halen, eigenlijk te betwijfelen. Ook de egelmoeder uit Nippertje van Rian Visser en illustrator Noëlle Smit heeft zo'n treuzelkind dat nog steeds iets moet doen als ze echt wég moeten. Tot die ene keer dat Nippertje te laat op school komt en ontdekt dat meester Vogel doodziek op een stoeltje in de gang zit. Ambulance gebeld, naar het ziekenhuis, meester gered: op het nippertje! Vriendelijk prentenboek met sympathieke illustraties. (Gottmer, ISBN 978-90-257-4379-6, € 12,50).
Talloze boeken zijn er al gemaakt over de zindelijkheidstraining, over op het potje gaan. En hier is nog een nieuw prentenboek met weer een andere invalshoek: Heb jij misschien mijn potje gezien? van Mij Kelly en illustratrice Mary McQuillan.
Het meisje Suusje Soen heeft een rood potje waar ze elke dag iets belangrijks - een poepje - op moet doen. Maar haar potje wordt geroofd door een dier van de boerderij dat ook graag die poep-po (zoals zij het noemen) wil gebruiken. Dan blijken de dieren het een handig voorwerp te vinden waardoor ze nooit meer in de poep zullen trappen en het erf en de stal schoon blijven. Suusje gaat bij alle dieren - die stiekem in de weer zijn met dit voorwerp - vragen of zij haar potje hebben gezien. Maar ze krijgt dit populaire voorwerp vanwege de verwarring rondom de benaming ervan, pas weer terug als ze uit wanhoop op het punt staat haar poepje in de wei te gaan doen. Aardig - en vanwege het heikele onderwerp zeer bruikbaar - prentenboek met vrolijke, maar beslist niet echt artistieke illustraties. (Mercis, 978-90-5647-901-5, € 13,00).
Zee
Ongelooflijk leuk eigenlijk, dat oude Bijbelverhalen ook nu nog steeds een bron van inspiratie kunnen zijn voor prentenboekmakers. In Allemaal aan boord! van Peter Bently met illustraties van Lynne Chapman, is het verhaal over de zondvloed en de ark van Noach de achtergrond geweest. Maar dat wordt nergens benadrukt. Het is gewoon een prentenboekverhaal geworden over een grote boot - een Ark - in echt beestenweer. Op die grote boot beginnen de dieren zich te vervelen. Ze besluiten verstoppertje met Noach te gaan spelen en doen dit grondig, want verdwijnen op de meest onmogelijke plaatsen. Noach en zijn vrouw moeten ze zoeken: kijk maar met je kleine vingertjes onder de flapjes, dan vind je ze wel. Heb je al in de ijskast gekeken? In de klerenkast? Of onder het dekbed? Is iedereen al terecht?
Dan kijkt Noach door het patrijspoortje en zien we de zon schijnen. En is het feest met taartjes voor alle opvarenden. Gewoon een luchtig speels prentenboek met flapjes waar driejarigen zich tijden mee zullen amuseren. (De Fontein, ISBN 978-90-261-2400-6, € 12,50).
Dat zullen ze ook doen met Een dagje aan zee, het woordloze platenboek van Germano Zullo & Albertine. In dit grote kartonboek is op elke dubbele pagina een badplaatssituatie te zien, zoals mensen in de zee, op het strand, in het badhotel, in het maritiem museum, op de kermis en op camping Zeezicht. Op de smaakvol volgetekende pagina's is het als kijker goed toeven. Voor wie langer kijkt, zijn er ook steeds meer verhalen in te ontdekken. We zien hoe een moeder haar kind terugvindt, hoe een liefdesgeschiedenis zich ontwikkelt, wat een bezeten lezer leest en waar een klein muisje met een koffertje naartoe gaat. Maar dan moet je wel goed kijken. Doe je dat gewoon oppervlakkig, of ben je nog maar een jaar of drie, dan zijn dit gewoon mooie platen in een stevig kijkboek waarop allerlei grappigs te zien is. Smaakvol getekend trouwens, in een consequent swingende losse stijl. Zomerser kan het in 2008 eigenlijk niet worden. Let the sun shine!
(Nieuw Amsterdam, ISBN 978-90-4680-378-3, € 12,50).
Dieren
Als je in een groep kinderen met boeken werkt, doen uitgaven met verrassingen het altijd heel goed. Pop-up-elementen, dingen die aan een touwtje hangen, uitsgestanste vormen, maar vooral flapjes met iets spannends erachter, geven aan een prentenboek vaak een extra dimensie met een licht theatraal effect. In Verborgen dieren van de Franse makers Pittau & Gervais spelen flapjes naast de dieren een echte hoofdrol. Van een veelheid aan dieren tekenden zij heel zorgvuldig de belangrijkste kenmerken zoals: de contour, de vacht, en de voetsporen. En als je dan het flapje of een deel van de tekening oplicht, krijg je het dier te zien dat erachter zit. Spannend! Ze kozen voor deze uitgave niet de gemakkelijkste of alleen de bekendste dieren. Zo komen we hier in dit echt heel grote boek naast de olifant, de beer, het konijn, de koe, de kangoeroe en de koala, bijvoorbeeld ook de maki, het gordeldier, de gazelle en het vogelbekdier tegen. De ‘moeilijkere' dieren, dus. Maar dat geeft natuurlijk niets, want zo groeit deze uitgave jarenlang mee en wordt de nieuwsgierigheid van 5-, 6-jarigen naar de bijzondere dieren op deze wereld echt geprikkeld. En dat is mooi.
(Terra Lannoo, ISBN 978-90-209-7847-6, € 15,95).
Ook boeken met tast-elementen worden door jonge kinderen vaak zeer gewaardeerd en daarom zie je deze qua productie vrij kostbare verschillende stukjes materiaal de laatste jaren steeds regelmatiger als onderdeel van een prentenboek. Ook in het kleine, gekartonneerde peuterprentenboekje Daar komt de bal! van illustrator Hans de Beer & Serena Romanelli zitten voelverrassingen. Konijn en Muis spelen met een nieuwe rode bal met glitters. Die stuitert alle kanten op: in het water, langs de kei over de heg heen en landt middenin de verjaarstaart van Das. Een super-entree voor een verjaarscadeau dus! En vervolgens gaan alle dieren op het verjaarsfeest samen ballen op het mooie gras. Lief verhaaltje waarin de voelbare bal, het graanveld (van gevlochten touw), de hobbelige aarde (bobbelig papier) het water (glimmend cellofaan) en het stukje opgespoten gras voor echt voelplezier voor kleine vingertjes garant staan.
(Leopold, ISBN 978-90-2585-20-16, € 7,95).
Een haas heeft altijd haast en een schildpad heeft altijd alle tijd; ze zijn elkaars tegenpolen. Niet alleen in tempo, maar in alles. In het prentenboek Schiet op, niet zo snel! van Layn Marlow is dat het thema waarom het (net als in de klassieke fabel) draait. In dit zachtgetekende vriendelijke prentenboek eet Schildpad reuze traag zijn koolbladeren en kauwt hij elk blaadje wel honderd keer, terwijl Haas al aan zijn toetje toe is. En zo spelen ze ook hun spelletjes. Maar er is één moment waarop ze elkaar helemaal vinden, namelijk als Schildpad een boek voorleest aan Haas. Als hij voorleest - en dat kan hij goed - dan gaat dat de genietende Haas te snel en roept hij: ‘Schiet op, niet zo snel. Je moet er veel langer over doen, Schildpad en we moeten naar de plaatjes kijken!'. En dus lezen ze het hele boek nog een keer. Lieve boekpromotie voor grote peuters en jonge kleuters.
(Ploegsma, ISBN 978-90-216-6592-4, € 13,95).
Meisjesdieren!
Een klein varkensmeisje wil een bad nemen. Ze gaat naar de badkamer, doet de deur dicht, laat het water inlopen en begint zich rustig uit te kleden en legt alles keurig klaar. Maar... daar komt haar dikke moeder met de baby en die gooit gauw al haar kleren uit en springt met haar jongste spruit lekker in het water. Vervolgens holt de jongenstweeling de badkamer in om te plassen en te poepen en komt Vader Big in badjas zijn tanden poetsen. Al die tijd zit het kleine varkensmeisje zich in haar handdoek hevig te verbijten over al die familiaire indringers die haar rustige badmoment volledig verstoren. Maar op een gegeven moment is iedereen klaar en is het echt haar beurt om in het warme water te gaan en te genieten van de rust in de badkamer. Deur dicht! van Michel van Zeveren is een woordloos prentenboekje. In zachte penaquarellen wordt het hele verhaal verteld. Door de duidelijk getekende mimiek en lichaamstaal van alle varkentjes/mensen valt dit grappige (herkenbare) verhaal voor kleuters heel goed te begrijpen.
(Lemniscaat, ISBN 978-90-477-007-53, € 7,95).
Al ruim vijftig jaar kennen we onze nijntje als een heel lief meisjeskonijn. Maar in nijntje is stout van Dick Bruna zien we ineens een heel andere kant van haar. Als Moeder en zij naar de snoepwinkel gaan, pikt nijn namelijk vier toffees. En dat is niet niks; nijntje is dus heel stout. En dat bekomt haar slecht:
die nacht in bed sliep nijntje niet
en jij snapt wel waarom
ze dacht maar steeds: ‘ik heb gepikt
en dat is stout en dom'
Maar moeder pluis voelt dat er iets aan de hand is met haar stille dochtertje en vraagt door totdat nijn opbiecht wat ze heeft gedaan. Dan gaan ze samen terug naar de snoepwinkel en leggen de vier toffees terug en nijn weet nu dat zij dit nooit meer zal doen. Niets menselijks is nijntje dus vreemd...
Herkenbaar gegeven op de bekende Bruna-manier uitgewerkt tot een prettig bruikbaar prentenboekje voor de kleinsten.
(Mercis, ISBN 978-90-5647-189-7, € 5,75).
Sinterklaas
Voor diezelfde leeftijdsgroep is er een prentenboekje over Pietje Pedro en de mijter van Sint van Coby Hol. En naast alle klassiekers als Sinterkerst van de Schuberts, het beeldschone gepenseelde Sinterklaas van Charlotte Dematons en de vele, vele andere verdienstelijke Sintboeken, verscheen dit boekje zomaar op een warme zomerdag. Als eerste van alle decemberfeest-boeken, dus.
Coby Hol maakt al jarenlang vriendelijke prentenboekjes voor jonge kinderen in collagetechniek. Dat geldt ook voor dit verhaal over Sint die zijn mijter bijna verliest in zee. De pieten weten die weer op te vissen en stoppen de vieze mijter in de wasmachine. Maar dan zet Annemiek op haar verlanglijstje dat ze de mijter van Sinterklaas zo graag wil hebben. Die wordt door een initiatiefrijk knechtje in een pakje gestopt. Wat nu te doen? Een Sint zonder mijter? Dat kan toch niet. Even lijkt het fout te gaan, maar dan weet piet Pedro alles toch weer op te lossen. Gezellig nieuw verhaaltje (met beslist een aantal mooie platen!) dat het in de donkere decemberdagen beslist goed zal doen bij kleuters. En om hen gaat het toch in die tijd?
(De Eenhoorn, 978-90-5838-498-0, € 11,95).Tip
Meer informatie over boeken voor jonge kinderen is te vinden in de jaarlijks verschijnende Peuterboekengids 0-4 jaar (Biblion Uitgeverij). Verkrijgbaar in de boekhandel en bij de afdeling Klantenservice van NBD/Biblion, tel. 070 3377700, e-mail klantenservice@nbdbiblion.nl.


