Leesgoed 2010-2 redactioneel
Vrijwel iedere kleuter wil leren lezen. Of die wil de volgende jaren blijft, hangt af van de talenten van die kleuter, van ouders, maar ook van het onderwijs.
Een goede basisschool heeft een collectie van minstens 1000 zorgvuldig gekozen kinderboeken (fictie en non-fictie), exclusief de uiteraard ook aanwezige Informatiereeks of soortgelijke naslagboekjes, ofwel minstens 4 boeken per leerling. Meer hierover volgt in Leesgoed 2010-3 (juni).
De leerkrachten lezen zelf regelmatig kinderboeken, praten erover, en beschouwen het gebruik van de collectie door hun leerlingen als een wezenlijk onderdeel van het leesonderwijs. Ze lezen regelmatig voor en bevorderen op allerlei andere manieren dat hun leerlingen aan het lezen gaan en blijven. Passen de BTW van Vriens toe. (Zie p. 43-44.) Leerkrachten die aanleg hebben voor zulke activiteiten, krijgen ruim baan in de school.
Natuurlijk doet de school mee aan Kinderboekenweek (NL) of Jeugdboekenweek (Vl.), eventueel ook aan de Voorleesweek of -dagen en aan de Nationale Voorleeswedstrijd (NL), maar die periodes zijn beslist niet de enige tijd die er aan kinderboeken wordt besteed. De school maakt gebruik van de diensten die de openbare bibliotheek biedt: themakisten, klassenbezoek aan de bibliotheek, beheer van de schoolbibliotheek, Leesprogramma en meer. (Hangt natuurlijk af van wat de bibliotheek biedt.) Nodigt regelmatig goed voorbereid een auteur of illustrator van kinderboeken uit. Neemt een abonnement op Leesgoed.
Een excellente school weet zijn leerlingen soms ook tot schrijven aan te zetten - en dan bedoel ik niet wat er binnen de methode toch al als oefening geschreven moet worden, maar eigen teksten, die misschien zelfs een boekje kunnen worden. (Lees het artikel van Bert Kouwenberg in dit nummer.) En/of organiseert nog meer theateractiviteiten met leerlingen dan de eindejaarsmusical met achtstegroepers. En/of doet iets met poëzie en muziek.
Niet ontmoedigd raken, beste juf of meester. Je kan altijd beginnen met waar je goed in bent. En er dan beter in worden.
Herman Verschuren



