Klaas Verplancke
en de uitgever is een held,
wanneer hij piepjonge en morsende gelukzakken, gelijk ik,
als een bescheiden remorque vasthaakt aan de klasbakken en halfgoden
van Daele, van Cleemput, De Sterck en Franck,
wanneer hij verhalen publiceert
van jonge wolven, houten juuls en glazen mannekes.
wanneer hij met kleren en al in een fontein springt,
wanneer hij bloot in de sneeuw rolt,
wanneer hij een boom klimt om maretak te plukken,
wanneer hij op restaurant gaat met een vervallen kredietkaart.
Norre, de aaibare stoutmoedige.
Het bovenste knopke van zijn hemd staat altijd open,
- zelfs wanneer hij een plastron draagt -
want De Dappere past niet in een pakje
of in een vakje,
laat staan in een kantoor op een Averboodse heuvel.
Zet hem ergens op een vlot in een fjord
of op de kam van een berg.
Zoals de wilde ganzen boven het ven
heeft Norre ruimte en lucht nodig,
ook voor wat hij denkt en wilt,
met de kont tegen de krib,
gelijk de sneeuwman die niet smelten wou.
Norre,
het waren fijne en leerzame tijden.
De boeken die we samen maakten
zijn hiervan de glunderende, stille getuigen in mijn boekenkast.
En stuur je me rond nieuwjaar nog eens een tros maretak?
Mersie!


